earthworks for foundations

Grondmechanica test laboratorium

GEOS bundelt de uiteenlopende specialismen van mineralogie, chemie, geologie en materiaalkunde samen tot een uniek grondmechanisch lab. Testen vinden toepassing in oa. geotechnisch ontwerp, milieukundig bodemonderzoek, waterbouw en landwinning.

Voor civieltechnische analyses van grond bent u bij GEOS aan het juiste adres. Grondmechanische classificatie via testen op geroerde grond of boorbeschrijvingen; chemische analyse ter bepaling van betonaantasting of grondmechanische analyse om de schuifweerstand en zetting van gronden te bepalen. Aangevuld met sondeerdiagrammen vormt ons laboratoriumonderzoek de basis van een gefundeerd geotechnisch advies.

Grondverbetering met kalk, cement of bentoniet leidt tot verhoogde draagkracht. Maar ook de schuifweerstand en de waterdoorlatendheid worden hierdoor beïnvloed. Wij meten voor u wat die invloed is.

  • Classificatie / identificatie
  • Chemische en mineralogische analyse
  • Grondmechanische testen

Classificatie en identificatie

Ter ondersteuning van sonderingen en boorbeschrijvingen worden geroerde grondmonsters onderzocht op een aantal basisparameters: korrelgrootteverdeling, plasticiteit en het gehalte aan organische en kalkachtige stoffen. Bij ongeroerde monsters worden tevens het volumegewicht en de schuifsterkte bepaald. Combinatie van deze gegevens leidt tot eenduidige benoeming van de grondsoort. Voor de naamgeving wordt onder andere de systematiek van Sb260, NF P11-300/GTR, NEN 5104  of ISO 14688 toegepast. De classificatie geeft voor aanvang van een bouwproject de mogelijkheden van hergebruik van de grond aan en is dus van grote economische waarde. Vanwege de geringe kosten is een classificatieonderzoek een slimme investering.

Na het bepalen van de korrelverdeling, plasticiteitsindex (Atterbergse grenzen), de gehaltes aan kalk en organisch materiaal kan de grondsoort van uw aangeleverde monster worden bepaald. Sommige systemen gebruiken een iets andere combinatie van proeven; geen probleem: GEOS heeft ervaring met verschillende richtlijnen en proefmethoden.

Classificatie op basis van proeven geeft een eenduidig, objectief oordeel over de grondkarakteristieken en is een waardevolle aanvulling op een visuele boorbeschrijving.

Chemische en mineralogische analyse

Mineralogisch en chemisch onderzoek wordt ingezet om inzicht te krijgen in specifiek gedrag van grond. GEOS bepaalt regelmatig de mineralogische samenstelling (onder andere glauconietgehalte) en de korrelvorm om fenomenen bij geotechnische werken te verklaren.

Een ander type onderzoek is een screening van chemische eigenschappen van grond- en grondwatermonsters om de milieuklasse van een bouwterrein te bepalen. Uit verschillende parameters wordt een door de EN 206-1 beschreven omgevingklasse aanbevolen voor het toe te passen beton.

Een adequaat advies in het beginstadium van een project voorkomt extra kosten veroorzaakt door overdimensionering of juist het falen van materiaal.

Met uitgebreide ervaring in de geologie is GEOS de ideale partner om de minerale samenstelling van een grondmonster te bepalen. Bij vermoedens van (onvoldoende) dosering van bentoniet of cement of de aanwezigheid van glauconiet neemt een samenstellingsonderzoek de twijfels weg. Hiertoe worden diverse technieken ingezet: röntgendiffractie (XRD), chemisch onderzoek (XRF en ICP), petrografie (slijpplaatjes) en bepaling van specifiek oppervlak.

Grondmechanische testen

Grondmechanische testen worden uitgevoerd op ongeroerde monsters, of in het laboratorium geconstrueerde monsters.

Met deze testen kijken we naar het vervormings- en bezwijkgedrag van grond bij verschillende belastingen. Op basis van laboratoriumproeven bepalen we onder andere de zetting en de afschuifspanningen van grond.

GEOS heeft een zeer grote capaciteit op gebied van oedometer- (samendrukking) en triaxiaalproeven. We hebben de voorbije jaren bijdragen geleverd aan talrijke grootschalige werken in polder- en havengebieden.

Grondverbetering met kalk, cement of bentoniet leidt tot verhoogde draagkracht. Dit wordt door ons gemeten via proctorcurves en draagkrachtmetingen (CBR en IPI). Maar ook de schuifweerstand en de waterdoorlatendheid worden beïnvloed door toevoeging van grondverbeteraar. Wij meten voor u wat die invloed is.

TOEPASSING VAN VRIJGEKOMEN GROND

Materiaal dat vrijkomt bij uitgravingen kan meestal als bouwmateriaal worden ingezet. Bij zand gaat het om drainagezand, ophoog- of aanvulzand. Het kan echter ook als grondstof  voor beton en asfalt worden ingezet. Keuringen van monsters gebeuren aan de hand van Sb250, RAW en Europese normen.

Klei wordt gekeurd als grondstof voor de keramische industrie of de waterbouw. Hierbij wordt de erosiebestendigheid onderzocht.

GRONDVERBETERING

met hydraulische bindmiddelen en bentoniet

Om de draagkracht of waterdichtheid van de natuurlijke grond te verbeteren, kan deze worden behandeld met hydraulische bindmiddelen (o.a. cement, kalk ) of bentoniet. Het type bindmiddel en de dosering  hangen af van de grondsoort en het watergehalte. De optimale condities worden in het laboratorium onderzocht via een reeks classificatietoetsen, proctorcurves en bepalingen van draagkracht (CBR, IPI of druksterkte), E-modulus en doorlatendheidsproeven. Controlemetingen bij uitvoering bestaan uit dichtheidsmetingen, plaatproeven, boorkernen en steekmonsters voor doorlatendheid en druksterktebepaling.

GRONDMECHANISCHE STERKTEPARAMETERS EN ZETTING

Bij ontgravingen en de aanleg van grondmassieven zoals taluds en dijken komt de grond in een andere spanningstoestand. Om afschuiving te voorkomen en zettingen te kunnen voorspellen moet de stabiliteit van de nieuwe toestand bekend zijn. Aan de hand van laboratoriumonderzoek op ongeroerde monsters worden de belangrijkste grondmechanische parameters bepaald. Het zettingsgedrag wordt bepaald met samendrukkingsproeven (oedometer) of de constant rate of strain (CRS)-proef. Afschuifkarakteristieken (phi en c), vervormingsgedrag en taludstabiliteit worden bepaald via triaxiaalproeven of directe afschuifproeven.

K-WAARDE

onderzoek waterdoorlatendheid

In het milieukundig bodemonderzoek is de waterdoorlatendheid van grond een kritische parameter. Immers, de verspreiding van een verontreiniging wordt in hoge mate bepaald door het watertransport. Ook bij bemalingen of aanleg van drainage voor regenafvoer wordt gestuurd op de permeabiliteit van bodemlagen. De doorlatendheid k wordt in het lab gemeten bij voorkeur op ongeroerde monsters via de constant head of de falling head methode.

GRONDONDERZOEK WATERKERINGEN

In natte, lage gebieden beschermen dijken tegen overstroming. De dijken zijn aangelegd met klei of veen en moeten daarom ook als grondpakketten worden onderzocht. De toegepaste klei wordt  vooraf onderzocht op geschiktheid, met name de erosiebestendigheid. Bij bestaande dijken worden de residiuele vervormingsparameters bepaald aan de hand van triaxiaal-, samendrukkings- en CRS-proeven.

INFRASTRUCTUUR

funderingslagen

Vooraleer een wegverharding wordt aangebracht wordt eerst een funderingslaag aangelegd op de natuurlijke grond. Deze laag bestaat veelal uit een steenmengsel , bijvoorbeeld bouwpuin. In veengebieden moeten lichte materialen worden gebruikt om zetting te minimaliseren. Vaak worden speciale eisen aan de funderingslaag gesteld met betrekking tot hardheid en elasticiteit. GEOS onderzoekt de geschiktheid van het steenmengsel op uiteenlopende vlakken: verdichtbaarheid, dichtheid, draagkracht en hardheid. Uit het werk geboorde kernen worden onderzocht op druksterkte en elasticiteit.

nl_BENederlands (België)
en_GBEnglish (UK) nl_BENederlands (België)